Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016

Onder 3.2. Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1043.

Op grond van het beginsel van de scheiding van kerk en staat werd in de Franse tijd het burgerlijk huwelijk voor iedereen in Nederland ingevoerd. Dat ging min of meer gelijk op met het invoeren van de registers van de burgerlijke stand. Voordien berustten de gegevens over het huwelijk, net als geboorte en overlijden, bij de kerk. Het burgerlijk huwelijk kreeg echter nu de voorrang. Het thans in art. 449 Sr neergelegde verbod om zonder dat het burgerlijk huwelijk daaraan vooraf was gegaan in de kerk een huwelijk te sluiten stamt uit de, in 1810 ook ten onzent ingevoerde, Code Napoleon en was neergelegd in art. 199 Code Pénal, zich richtend tegen “Tout ministre d'un culte qui procédera aux cérémonies religieuses d'un mariage sans qu'il lui ait été justifié d'un acte de mariage préalablement reçu par les officiers de l'état civil”. Het verbod een kerkelijk huwelijk te sluiten zonder voorafgaand burgerlijk huwelijk beoogde te voorkomen dat men alleen kerkelijk zou huwen in de veronderstelling een rechtsgeldig huwelijk te hebben gesloten, dan wel omdat men onverschillig stond tegenover het burgerlijk huwelijk. De Nederlandse pendant van de bepaling in de Code Pénal is in 1886 als een overtreding in het Wetboek van Strafrecht terechtgekomen. Dit art. 449 Sr was vanaf zijn invoering niet onomstreden. Meteen bij de parlementaire behandeling van het Wetboek van Strafrecht, werd de noodzaak van het verbod al in twijfel getrokken. In de Memorie van Toelichting werd gesproken van slechts ‘onnoozele lieden’ die er door beschermd dienden te worden. Het bestaan, in enige omvang, van dergelijke onnozele lieden, onbekend dus met het onderscheid tussen het kerkelijk en het burgerlijk huwelijk, werd vanuit de Commissie van Rapporteurs in de Tweede Kamer betwijfeld, zodat de bepaling niet meer nodig zou zijn. Minister Modderman echter zou zich, zo stelde hij daar tegenover, bezwaard voelen “eene bepaling te doen vervallen die ik tot handhaving en ter rigtige toepassing van onze wetgeving betreffende den burgerlijke stand noodig acht.” Ook later werd nut en noodzaak van de bepaling ter discussie gesteld. Dat was het geval in de vijftiger jaren van de 20e eeuw bij de behandeling van Boek 1 BW, maar ook in 1992, toen binnen het ministerie van Justitie het verbod van art. 1:68 BW en art. 449 Sr (opnieuw) werd bestudeerd. Het kabinet besloot uiteindelijk, ondanks de kritische noten, om deze artikelen in het wetboek te laten. Ook in 2001 is (schrapping van) het verbod aan de orde geweest in de Tweede Kamer. De staatssecretaris van Justitie produceerde in het kader van die discussie een notitie over de verhouding tussen het burgerlijk en kerkelijk huwelijk. Zij concludeerde dat, hoewel art. 1:68 BW in sterke mate historisch en cultureel bepaald is en er sprake is van een verschuiving van de rechtvaardiging van die bepaling, “ook in een samenleving met een grotere verscheidenheid aan godsdienstige en culturele richtingen een voorschrift over de volgorde van burgerlijke en kerkelijke huwelijken zinvol is”. Het ging de staatssecretaris met name om het doorslaggevende gewicht van belangen als rechtszekerheid, zorgvuldigheid en openbaarheid. Hoewel de staatssecretaris erkende dat de wet aan het kerkelijk huwelijk geen civielrechtelijke gevolgen verbindt, past art. 1:68 BW volgens haar wel in het beginsel van scheiding van kerk en staat. Afwijking van het geldende systeem zou in het bijzonder bij minderheidsgroeperingen of buitenlandse autoriteiten misverstanden over de betekenis van een huwelijk ten overstaan van een kerkelijke ambtsdrager in de hand kunnen werken. De notitie concludeert aldus:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ebb01d808addf41375ccba19d7f22283617de67747bb52eff641d5bf0753ed1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ebb01d808addf41375ccba19d7f22283617de67747bb52eff641d5bf0753ed1, en de alinea staat in dat document op bytes 8518 tot 12507.