Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016
Onder 3.4. Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1043.
Over de bepaling zelf merk ik - in het algemeen - op dat art. 449 Sr het bestanddeel “het verrichten van een godsdienstige plechtigheid ” (‘daartoe’, d.w.z. tot het huwelijk betrekkelijk) bevat en dat in de wetsgeschiedenis, wellicht voor het gemak, dit bestanddeel wordt aangeduid als “kerkelijk huwelijk”. Dat de strekking van de bepaling ruimer is blijkt echter uit de tekst ervan - van een beperking tot de (christelijke) kerk is geen sprake. In de wetsgeschiedenis wordt dan ook gerefereerd aan het “Israelitisch” huwelijk, dat mede onder de bepaling valt – mits daarbij een ‘bedienaar van de godsdienst” is betrokken. Voorzover de (aanstaande) echtelieden naar Joods recht dat huwelijk zelf voltrekken, door overgave van een ring enz. vallen zij echter buiten de bepaling, die – hoewel de eerste versie tot een ieder gericht was – een kwaliteitsdelict vormt aangezien zij alleen werkt tegen de bedienaar van de godsdienst die daarbij is betrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ebb01d808addf41375ccba19d7f22283617de67747bb52eff641d5bf0753ed1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ebb01d808addf41375ccba19d7f22283617de67747bb52eff641d5bf0753ed1, en de alinea staat in dat document op bytes 14835 tot 15891.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ebb01d808addf41375ccba19d7f22283617de67747bb52eff641d5bf0753ed1 | shasum -a 256