Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016

Onder 5.7. Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1044.

Bewezen verklaard is dat de verdachte in een tijdsbestek van 70 dagen - in de periode van 9 december 2005 tot en met 17 februari 2006 - in totaal 53 berichten aan [betrokkene 2] heeft gestuurd via twee websites bestemd voor het publiek. Op 2 januari 2006 liet de verdachte 6 berichten achter in het gastenboek op de fansite van [betrokkene 2] en op 4 januari 2006 waren het er maar liefst 40 in twee uur tijd (zie bewijsmiddel 2). De overige 7 berichten zijn verspreid, maar met enige regelmaat in de zin van circa 2 per maand, over de bewezenverklaarde periode verstuurd en betreffen (veelal) zeer uitgebreide e-mailberichten gericht aan [betrokkene 2] via het e-mailadres van haar televisieprogramma [A] . Gelet hierop acht ik de feitelijke vaststelling van het hof dat sprake is geweest van ontvangst van een grote hoeveelheid aan [betrokkene 2] gerichte emailberichten, niet onbegrijpelijk. Bovendien is door of namens de verdachte in hoger beroep op dit punt geen verweer gevoerd. In zijn nadere bewijsoverwegingen heeft het hof voorts de lange duur en de niet geringe frequentie van het handelen van de verdachte tot uitdrukking gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d54b7807860c32fdebeec1007ce85489857ca1b762ba26bee0bff080636a6df5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d54b7807860c32fdebeec1007ce85489857ca1b762ba26bee0bff080636a6df5, en de alinea staat in dat document op bytes 20999 tot 22157.