Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016
Onder 5.10. Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1044.
Voor zover wordt aangevoerd dat het opzet op bedoelde inbreuk ontbreekt, geldt het volgende. Voor het opzettelijk inbreuk maken op iemands persoonlijke levenssfeer is vereist dat de verdachte opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, heeft op het feit dat de desbetreffende persoon niet van zijn gedrag gediend is. Voor zover het oordeel van de steller van het middel steunt op de opvatting dat een in art. 285b Sr omschreven gedraging pas dan als inbreuk makend op de persoonlijke levenssfeer van een ander kan worden aangemerkt indien die ander te kennen heeft gegeven geen berichten van de verdachte meer te willen ontvangen, getuigt dat oordeel van een onjuiste rechtsopvatting. Die opvatting vindt geen steun in het recht en in het bijzonder niet in art. 285b Sr.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d54b7807860c32fdebeec1007ce85489857ca1b762ba26bee0bff080636a6df5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d54b7807860c32fdebeec1007ce85489857ca1b762ba26bee0bff080636a6df5, en de alinea staat in dat document op bytes 26437 tot 27284.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d54b7807860c32fdebeec1007ce85489857ca1b762ba26bee0bff080636a6df5 | shasum -a 256