Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016

Onder 8.1. Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1044.

Het vierde middel klaagt ten aanzien van feit 3-B (belaging van [betrokkene 1] , de ex-vriendin van de verdachte) dat de bewijsmiddelen de bewezenverklaring niet kunnen dragen wat betreft het bestanddeel ‘opzettelijk inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van [betrokkene 1] ’. In de toelichting op het middel wordt gesteld dat aan de bewezenverklaarde handelingen, die op zichzelf beschouwd niet bezwaarlijk en ongepast hoeven te zijn, niet zonder meer de conclusie kan worden verbonden dat sprake is geweest van een opzettelijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [betrokkene 1] , nu aan de verdachte nooit te kennen is gegeven dat zijn contact niet op prijs werd gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d54b7807860c32fdebeec1007ce85489857ca1b762ba26bee0bff080636a6df5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d54b7807860c32fdebeec1007ce85489857ca1b762ba26bee0bff080636a6df5, en de alinea staat in dat document op bytes 37784 tot 38490.