Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016
Alinea 129 Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1047.
55. § 98, § 98, eerste lid, StPO bepaalt dat voor inbeslagneming een rechterlijke machtiging vereist is. Deze machtiging dient schriftelijk te zijn, maar mag in geval van spoed ook mondeling worden verleend. In geval van Gefahr im Verzug mag een Staatsanwalt of een Ermittlungsperson machtigen tot inbeslagneming. Van Gefahr im Verzug is sprake als een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht zonder dat het doel van de inbeslagneming in gevaar komt. Ingevolge § 98, tweede lid, StPO moet de inbeslagneming binnen drie dagen door een rechter bekrachtigd worden wanneer deze zonder rechterlijke machtiging heeft plaatsgevonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc7d5769f3a9ca36ffe61771e6baf0acb6f8cfa6426232128d3407c23265a3c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc7d5769f3a9ca36ffe61771e6baf0acb6f8cfa6426232128d3407c23265a3c1, en de alinea staat in dat document op bytes 76896 tot 77817.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc7d5769f3a9ca36ffe61771e6baf0acb6f8cfa6426232128d3407c23265a3c1 | shasum -a 256