Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016
Alinea 147 Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1047.
66. Uit het hiervoor weergegeven citaat blijkt dat een search warrant niet altijd is vereist om de verdachte en diens omgeving te kunnen onderzoeken op de aanwezigheid van bepaalde voorwerpen, om vervolgens deze voorwerpen in beslag te nemen en aan een nader onderzoek te onderwerpen. De zogenaamde search-incident-to-arrest- doctrine vormt een uitzondering op het vereiste dat doorzoeking ter inbeslagneming alleen kan plaatsvinden als daartoe een machtiging is verstrekt door een rechter. Zo oordeelde het Supreme Court in Chimel v. California dat de search-incident-to-arrest doctrine toestaat dat de opsporingsambtenaar zonder search warrant de aangehouden verdachte fouilleert en zaken in beslag neemt die het mogelijk maken voor de verdachte om te ontsnappen of zich te verzetten tegen de opsporingsambtenaar, zoals wapens. Op deze in de rechtspraak van het Supreme Court ontwikkelde doctrine is van de kant van de Staat in Riley v. California en United States v. Wurie een beroep gedaan om de inbeslagneming en het onderzoek aan de bij de verdachten aangetroffen mobiele telefoons te rechtvaardigen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc7d5769f3a9ca36ffe61771e6baf0acb6f8cfa6426232128d3407c23265a3c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc7d5769f3a9ca36ffe61771e6baf0acb6f8cfa6426232128d3407c23265a3c1, en de alinea staat in dat document op bytes 88610 tot 90172.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc7d5769f3a9ca36ffe61771e6baf0acb6f8cfa6426232128d3407c23265a3c1 | shasum -a 256