Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016
Alinea 152 Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1047.
70. Vervolgens gaat het Supreme Court in op de vraag in hoeverre de verdachte er bij de aanhouding nog op mocht rekenen een recht op privacy te hebben. Deze vraag speelt immers ook een rol bij de beoordeling van de vraag of de search-incident-to-arrest- exceptie in gevallen als de onderhavige van toepassing is. Uit eerdere rechtspraak van het Supreme Court blijkt dat de aangehouden verdachte ‘ diminished privacy interests ’ heeft. Als de verdachte is aangehouden, vormt die aanhouding al een dusdanige inbreuk op zijn privacy, dat de inbeslagneming van bij hem aangetroffen voorwerpen een vrij beperkte extra inbreuk is. Het Supreme Court oordeelt echter dat van een dergelijke beperkte extra inbreuk op de privacy geen sprake is als het gaat om de doorzoeking van gegevens op mobiele telefoons. Daartoe benadrukt het Supreme Court dat de gebruiker van een smartphone daarin veelal veel meer privacygevoelige informatie mee draagt dan hij ooit in fysieke zin mee zou kunnen nemen. Het Supreme Court overweegt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc7d5769f3a9ca36ffe61771e6baf0acb6f8cfa6426232128d3407c23265a3c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc7d5769f3a9ca36ffe61771e6baf0acb6f8cfa6426232128d3407c23265a3c1, en de alinea staat in dat document op bytes 94089 tot 95425.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc7d5769f3a9ca36ffe61771e6baf0acb6f8cfa6426232128d3407c23265a3c1 | shasum -a 256