Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016
Alinea 164 Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1047.
79. Het hof heeft in de onderhavige zaak geoordeeld dat de algemene bevoegdheidsomschrijving van art. 94 Sv niet kan worden aangemerkt als een wettelijk voorschrift dat als voldoende kenbaar en voorzienbaar kan worden aangemerkt. Op deze benadering is kritiek gekomen. In zijn noot onder het arrest betoogt Oerlemans dat de Nederlandse regeling wel voldoende kenbaar en voorzienbaar is, maar niettemin niet toereikend is omdat deze niet voldoende waarborgen biedt in het licht van het voorkomen van willekeurige inmenging in de door art. 8 EVRM bestreken rechten. Inderdaad valt niet in te zien dat de Nederlandse wet in dit verband onvoldoende kenbaar is, waarbij het hof kennelijk doelt op het vereiste van toegankelijkheid. De artikelen 94, 95 en 96 Sv bieden, in combinatie met de rechtspraak van de Hoge Raad, een voldoende toegankelijke wettelijke basis. Uiteindelijk komt het aan op de vraag of de wet voldoende waarborgen biedt met het oog op het voorkomen van willekeurige inmenging in het privéleven van de verdachte. Voor de beantwoording van deze vragen is een aantal factoren van belang.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc7d5769f3a9ca36ffe61771e6baf0acb6f8cfa6426232128d3407c23265a3c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc7d5769f3a9ca36ffe61771e6baf0acb6f8cfa6426232128d3407c23265a3c1, en de alinea staat in dat document op bytes 105529 tot 106707.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc7d5769f3a9ca36ffe61771e6baf0acb6f8cfa6426232128d3407c23265a3c1 | shasum -a 256