Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016
Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1047.
“Nieuwe technologische ontwikkelingen hebben in de loop der jaren geleid tot verschillende wijzigingen van het wetboek, zoals bijvoorbeeld de bevoegdheden tot doorzoeking ter vastlegging van gegevens en de internettap. Ik ben van oordeel dat het vergaren van gegevens via de inbeslagneming van elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, zoals smartphones, hierbij onderbelicht is gebleven. Het valt niet goed te rechtvaardigen dat het onderzoek in een computer en het vastleggen van daarop opgeslagen gegevens tijdens een doorzoeking wel met specifieke waarborgen is omgegeven, terwijl wanneer diezelfde computer tijdens de doorzoeking in beslag zou zijn genomen, het onderzoek aan die inbeslaggenomen computer en het vastleggen van de daarop opgeslagen gegevens niet met vergelijkbare waarborgen is omgegeven. Daarbij komt dat op grond van de zelfstandige inbeslagnemingsbevoegdheden van opsporingsambtenaren, bijvoorbeeld bij staande houding en aanhouding, naar huidig recht geen betrokkenheid van een hogere autoriteit is voorzien voor het onderzoek aan bijvoorbeeld een inbeslaggenomen smartphone en de kennisneming en het gebruik van de daarop opgeslagen gegevens. Een toekomstbestendig wetboek dat rekening houdt met nieuwe ontwikkelingen betekent niet alleen dat de opsporingsinstanties van adequate middelen en bevoegdheden worden voorzien om strafbare feiten op te sporen, maar ook dat de inzet van die middelen en bevoegdheden met waarborgen is omgeven die aansluiten bij die nieuwe ontwikkelingen. De huidige techniek maakt het nu al mogelijk zeer grote hoeveelheden (persoonlijke) gegevens op computers, laptops, smartphones en tablets op te slaan en eenvoudig mee te voeren. Het ligt in de lijn der verwachtingen dat deze ontwikkeling alleen maar zal toenemen. Gelet hierop is het onderzoek van een smartphone niet langer vergelijkbaar met het onderzoek van een eenvoudige zakagenda of een adressenboekje. Tegen deze achtergrond acht ik nadere wettelijke normering van het onderzoek aan inbeslaggenomen elektronische gegevensdragers en het ten behoeve van de opsporing vastleggen van de daarop opgeslagen gegevens noodzakelijk. Ik denk daarbij aan het vereiste dat een hogere autoriteit beslist over het onderzoeken van de inbeslaggenomen elektronische gegevensdrager en het vastleggen van de daarop opgeslagen gegevens alsmede waarborgen die vergelijkbaar zijn met die welke van toepassing zijn in het geval dat tijdens een doorzoeking onderzoek wordt gedaan aan een computer en de daarop opgeslagen gegevens ter plaatse worden vastgelegd (artikelen 125i e.v.).”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc7d5769f3a9ca36ffe61771e6baf0acb6f8cfa6426232128d3407c23265a3c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc7d5769f3a9ca36ffe61771e6baf0acb6f8cfa6426232128d3407c23265a3c1, en de alinea staat in dat document op bytes 120795 tot 123416.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fc7d5769f3a9ca36ffe61771e6baf0acb6f8cfa6426232128d3407c23265a3c1 | shasum -a 256