Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016

Onder 2.2 Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1047.

90. Het komt mij voor dat de reikwijdte van het onderzoek en de mate waarin daarmee inbreuk wordt gemaakt op de in art. 8, eerste lid, EVRM beschermde rechten van belang zijn voor de vraag of de huidige wetgeving de toets aan art. 8 EVRM kan doorstaan. In dat opzicht kan aansluiting worden gezocht bij de lijn in de rechtspraak van de Hoge Raad ten aanzien van de vraag in hoeverre inbreuken op de privacy kunnen worden gebaseerd op een algemene wettelijke taakstelling, zoals het huidige art. 3 van de Politiewet 2012 (voorheen: art. 2 Politiewet 1993). De Hoge Raad oordeelde (samengevat) dat de globale taakomschrijving in de Politiewet toereikend is voor handelingen die binnen die taakomschrijving vallen en die niet meer dan een beperkte inbreuk op de levenssfeer meebrengen. Daarbij bezag de Hoge Raad het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer mede in het licht van de toenemende technische verfijning en de intensivering van onderzoeksmethoden en -technieken :

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fc7d5769f3a9ca36ffe61771e6baf0acb6f8cfa6426232128d3407c23265a3c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fc7d5769f3a9ca36ffe61771e6baf0acb6f8cfa6426232128d3407c23265a3c1, en de alinea staat in dat document op bytes 124489 tot 125552.