Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016

Alinea 124 Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1048.

51. § 110 § 110 StPO bevat specifieke regels voor het onderzoek ( Durchsicht ) aan papieren (brieven, dagboeken en andere bij de betrokkene aangetroffen geschreven teksten) en elektronische gegevensdragers die in beslag kunnen worden genomen (het derde lid van § 110 StPO). Deze voorwerpen mogen alleen aan een nader onderzoek worden onderworpen door een Staatsanwalt , of – in zijn opdracht – Ermittlungspersonen . De Durchsicht gaat vooraf aan een eventuele inbeslagneming en is bedoeld als middel om te onderzoeken of bepaalde papieren of gegevensdragers in aanmerking komen voor inbeslagneming. Door de voor inbeslagneming vatbare voorwerpen te onderzoeken op hun mate van relevantie voor de waarheidsvinding kan worden voorkomen dat voorwerpen in beslag worden genomen die uiteindelijk niet kunnen bijdragen tot het bewijs maar die wel veel informatie over het privéleven van de betrokkene bevatten. Een smartphone die bij een verdachte wordt aangetroffen, mag dus niet direct door een politieambtenaar aan een nader onderzoek worden onderworpen. Voorwerpen mogen worden veiliggesteld ( vorläufige Sicherstellung ) om deze later te kunnen doorzoeken op basis van § 110 StPO. Daarna kan eventueel de inbeslagneming volgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/608dad3e90cabd5692851a09228a1c4cd95a40c83fca50b2cf274533d364798f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 608dad3e90cabd5692851a09228a1c4cd95a40c83fca50b2cf274533d364798f, en de alinea staat in dat document op bytes 69974 tot 71584.