Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016

Onder 3.4. Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 september 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1053.

Het hof overweegt met betrekking hiertoe dat de verhoren na het verhoor van 2 februari 2013 de indruk geven dat er inderdaad sprake is geweest van een zekere mate van sturing en mogelijk beïnvloeding door de verhorende verbalisanten. Dit betekent echter niet dat de verklaringen daarmee als onbetrouwbaar terzijde moeten worden gesteld. Het slachtoffer heeft in essentie consistent verklaard. Dat de verklaringen niet steeds tot in detail hetzelfde waren is naar het oordeel van het hof niet vreemd en maakt de verklaringen van het slachtoffer nog niet onbetrouwbaar. Aangenomen moet immers worden dat zij door het schietincident ernstig ontdaan zo niet getraumatiseerd moet zijn geweest, hetgeen van invloed heeft kunnen zijn op de juistheid van de gedetailleerdheid van haar herinnering. De essentie van haar verklaring is echter steeds dezelfde geweest en is door het slachtoffer bevestigd bij de rechter-commissaris. Dat zij toen niet terug durfde te komen op eerdere, in de visie van de verdediging onjuiste, verklaringen is slechts een veronderstelling. Bij de rechter-commissaris heeft het slachtoffer ook uitgelegd waarom zij in haar eerste verklaring meteen na het gebeuren anders heeft verklaard dan nadien. Deze uitleg komt het hof niet onaannemelijk en niet onbegrijpelijk voor.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bacfd1bc1fc8c12e1cf413ba0fc76c38bb4bd30dab3569a14986c0d6227a5c83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bacfd1bc1fc8c12e1cf413ba0fc76c38bb4bd30dab3569a14986c0d6227a5c83, en de alinea staat in dat document op bytes 30620 tot 31933.