Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016
Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1070.
Het geven van inlichtingen wordt als de eerste plicht van de gefailleerde beschouwd. Deze plicht is neergelegd in art. 105 lid 1 Fw, dat bepaalt dat de gefailleerde gehouden is voor de rechter-commissaris, de curator of de commissie van schuldeisers te verschijnen en deze alle inlichtingen te verschaffen, zo dikwijls hij daartoe wordt opgeroepen (het inlichtingenverhoor). Art. 106 Fw verklaart deze inlichtingenplicht ook van toepassing op bestuurders en commissarissen van de gefailleerde. Een nadere versterking van de inlichtingenplicht wordt geboden door art. 66 Fw, dat de rechter-commissaris de bevoegdheid geeft om getuigen te horen of een onderzoek van deskundigen te bevelen, ‘ter opheldering van alle omstandigheden die het faillissement betreffen’ (het faillissementsverhoor). Lid 2 van art. 66 Fw bepaalt dat art. 177 Rv van overeenkomstige toepassing is. Dit brengt mee dat de in art. 177 Rv neergelegde formele vereisten voor een getuigenverhoor van toepassing zijn op het faillissementsverhoor, waaronder de verplichting om de getuige onder ede te horen. Bij niet-verschijning of weigering om de eed of belofte af te leggen, zijn de artikelen 171 e.v. Rv van toepassing, zo bepaalt art. 66 lid 3 Fw. Een onwillige getuige kan dus worden gegijzeld (art. 173 Rv).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a29cf23f0a9528552b2019c7e07867f72c39f35d1891d15149e11cf3c283f77f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a29cf23f0a9528552b2019c7e07867f72c39f35d1891d15149e11cf3c283f77f, en de alinea staat in dat document op bytes 18907 tot 20346.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a29cf23f0a9528552b2019c7e07867f72c39f35d1891d15149e11cf3c283f77f | shasum -a 256