Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016
Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1070.
Een tweede begrenzing is dat het 'ophelderen van omstandigheden betreffende het faillissement' niet (uitsluitend) mag zijn gericht op het vergaren van gegevens ten behoeve van een civiele procedure tegen de failliet of een bestuurder, bijvoorbeeld op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. In dat geval kan sprake zijn van misbruik van bevoegdheid, zo volgt uit HR 30 september 1983 ( Aannemingsbedrijf Thunissen ). Art. 3:13 lid 2 BW (dat op grond van art. 3:15 BW ook van toepassing is in het faillissementsrecht) bepaalt dat van misbruik van een bevoegdheid sprake is - onder meer - indien de bevoegdheid wordt uitgeoefend met een ander doel dan waarvoor zij is verleend. Het doel van de bevoegdheid van art. 66 Fw is om opheldering te verkrijgen ten aanzien van alle omstandigheden die het faillissement betreffen. Dit betekent dat van misbruik van de bevoegdheid van art. 66 Fw sprake kan zijn indien zij wordt aangewend voor een ander doel dan het verkrijgen van de bedoelde opheldering, met name indien dat doel gelegen is een aansprakelijkheidsstelling van de bestuurders. Vergelijk HR 6 oktober 2006 ( ABN Amro/Arts q.q. ):
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a29cf23f0a9528552b2019c7e07867f72c39f35d1891d15149e11cf3c283f77f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a29cf23f0a9528552b2019c7e07867f72c39f35d1891d15149e11cf3c283f77f, en de alinea staat in dat document op bytes 26266 tot 27670.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a29cf23f0a9528552b2019c7e07867f72c39f35d1891d15149e11cf3c283f77f | shasum -a 256