Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016

Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1070.

3.14 Vastgesteld moet worden dat de rechtbank in haar beschikking op geen van deze argumenten is ingegaan. De redenering van de rechtbank komt erop neer dat (a) niet bekend is welke vragen de rechter-commissaris wil gaan stellen tijdens het faillissementsverhoor, (b) art. 66 Fw de rechter-commissaris een zeer ruime bevoegdheid geeft, zodat (c) in deze procedure niet aan de orde kan worden gesteld of sprake is van misbruik van recht. Deze redenering raakt echter niet de kern van het betoog van [verzoekers]. Het gaat er niet om of bepaalde vragen misbruik van recht opleveren; [verzoekers] stellen dat het (thans) houden van faillissementsverhoor als zodanig misbruik van recht oplevert. Zoals hiervoor is besproken bij punt 3.6-3.8, kan daarvan sprake zijn, namelijk indien het faillissementsverhoor wordt ingezet voor een ander doel dan waarvoor zij is bedoeld. De beschikking is daarmee naar mijn mening onvoldoende gemotiveerd. Indien de rechtbank niet onder ogen heeft gezien dat het faillissementsverhoor als zodanig misbruik van recht kan opleveren, geeft de beschikking tevens blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a29cf23f0a9528552b2019c7e07867f72c39f35d1891d15149e11cf3c283f77f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a29cf23f0a9528552b2019c7e07867f72c39f35d1891d15149e11cf3c283f77f, en de alinea staat in dat document op bytes 40841 tot 42053.