Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016
Onder 3.22 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1070.
Het ligt niet voor de hand om bij de aan een motivering van een rechterlijke beschikking als de onderhavige te stellen eisen, aan te sluiten bij de gebruikelijke motiveringsvereisten voor rechterlijke beslissingen, zoals neergelegd in het arrest Vredo/Veenhuis. De procedurele inbedding van de beschikking is beperkt; het gaat in feite slechts om de aankondiging dat gebruik zal worden gemaakt van een wettelijke bevoegdheid. Dat betekent echter niet dat een beschikking ex art. 66 Fw nooit van een motivering behoeft te worden voorzien. De elementaire beginselen van procesrecht blijven ook hier gewoon van toepassing. Dit brengt mee dat indien daar aanleiding voor is, zoals in het onderhavige geval (vijf en een half jaar na het faillissement, na jaren van gesteggel tussen curator en bestuurders van de gefailleerde én een regeling voor finale kwijting), de rechter-commissaris wel degelijk dient te motiveren, hoe summier ook, waarom een faillissementsverhoor dient plaats te vinden. In ieder geval zou de rechtbank wanneer haar in zo'n geval een beschikking ex art. 66 Fw wordt voorgelegd, zorgvuldig moeten motiveren waarom een faillissementsverhoor aangewezen is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a29cf23f0a9528552b2019c7e07867f72c39f35d1891d15149e11cf3c283f77f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a29cf23f0a9528552b2019c7e07867f72c39f35d1891d15149e11cf3c283f77f, en de alinea staat in dat document op bytes 51448 tot 52832.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a29cf23f0a9528552b2019c7e07867f72c39f35d1891d15149e11cf3c283f77f | shasum -a 256