Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016

Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1071.

(…) Voorts levert de formulering in artikel 29 Wgbz een probleem op ten aanzien van het instellen van verzet tegen het geheven griffierecht en verschotten bij rekening couranthouders. Het beleid binnen de Rechtspraak is dat degene die een rekening courantverhouding heeft met een gerecht geacht wordt te hebben betaald. Echter pas aan het einde van de maand ontvangt de rekening couranthouder een overzicht met de geheven griffierechten. Indien het griffierecht in de eerste week van de maand is geheven, is de verzettermijn al bijna verstreken op het moment dat de betaling bekend wordt, en voor het in de ander weken van de maand geheven griffierecht is de verzettermijn nog maar kort. Het kan naar de mening van de Raad niet zo zijn dat een partij niet-ontvankelijk is in haar verzet, terwijl de termijn al (bijna) was verstreken op het moment dat de betaling bekend werd. Mogelijke oplossingen kunnen zijn: het geven van een langere termijn, een aanvulling dat de termijn voor verzet pas begint te lopen op het moment waarop de heffing bekend was of toepassing van de hardheidsclausule.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5fe7bc068f050edaca2eb86d5fa7059a17a8de9a1c63c63fbd5b7914363d8f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5fe7bc068f050edaca2eb86d5fa7059a17a8de9a1c63c63fbd5b7914363d8f6, en de alinea staat in dat document op bytes 15028 tot 16136.