Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016
Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1071.
[betrokkene 1] zou ontvankelijk kunnen zijn indien de brief van mr. Schuckink Kool van 17 maart 2016 als verzetschrift kan worden aangemerkt. Mr. Schuckink Kool heeft in deze brief een verzoek gedaan aan “de Hoge Raad, civiele griffie” tot nihilstelling c.q. vermindering van het griffierecht. Hij heeft dit niet, zoals in de zaak waarnaar hij verwijst en die heeft geleid tot het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad van 8 april 2016, in de vorm van een bij voorbaat ingesteld verzet gedaan. In de brief wordt niet verwezen naar de indebetstelling van het griffierecht op 12 maart 2016 noch wordt daarin de term “verzet” gebezigd of verwezen naar art. 29 Wgbz. De brief kan om die reden m.i. niet worden aangemerkt als verzetschrift.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5fe7bc068f050edaca2eb86d5fa7059a17a8de9a1c63c63fbd5b7914363d8f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5fe7bc068f050edaca2eb86d5fa7059a17a8de9a1c63c63fbd5b7914363d8f6, en de alinea staat in dat document op bytes 17206 tot 17986.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5fe7bc068f050edaca2eb86d5fa7059a17a8de9a1c63c63fbd5b7914363d8f6 | shasum -a 256