Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016
Onder 4.10 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1071.
In zijn beslissing van 8 april 2016 heeft de Hoge Raad voor het eerst beoordeeld of een verzet op de voet van art. 29 Wgbz in een bepaald geval gegrond is in verband met het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op toegang tot de rechter. Er dient, aldus dit arrest, in het concrete geval een afweging plaats te vinden waarin worden betrokken de hoogte van het griffierecht en de draagkracht van de rechtzoekende. Gelet op het geheel ontbreken van financiële middelen bij betrokkene c.s. (uitgeprocedeerde asielzoekers), komt de heffing van griffierecht in dit geval neer op een ontoelaatbare belemmering van het recht op toegang tot de rechter. De Hoge Raad verklaarde het verzet gegrond en stelde het door de twee uitgeprocedeerde asielzoekers verschuldigde griffierecht op nihil . In die zaak kon de Hoge Raad echter in cassatie uitgaan van de onbetwiste stellingen van partijen dat zij niet over enig inkomen of vermogen beschikte . Dat is in de onderhavige zaak niet het geval.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5fe7bc068f050edaca2eb86d5fa7059a17a8de9a1c63c63fbd5b7914363d8f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5fe7bc068f050edaca2eb86d5fa7059a17a8de9a1c63c63fbd5b7914363d8f6, en de alinea staat in dat document op bytes 30381 tot 31502.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5fe7bc068f050edaca2eb86d5fa7059a17a8de9a1c63c63fbd5b7914363d8f6 | shasum -a 256