Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016

Onder 4.12 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1071.

Opmerking verdient ten slotte dat de heffing van het griffierecht in de hoofdzaak het individuele recht van [betrokkene 1] op toegang tot de rechter in de zin van artikel 6 EVRM geenszins heeft beperkt, nu de Hoge Raad immers al op 8 juli 2016 heeft beslist in de hoofdzaak en het cassatieberoep van [betrokkene 1] niet-ontvankelijk verklaard op de voet van art. 80a RO (zie HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1516, RvdW 2016/871). De feiten in de onderhavige procedure wijken dan ook af van de procedure die heeft geleid tot de uitspraak van de Hoge Raad van 8 april 2016 nu in die procedure mr. Schuckink Kool het cassatieberoep heeft ingesteld op de voorwaarde dat geen griffierecht zou worden geheven omdat zijn cliënten in betalingsonmacht verkeerden en hij niet bereid was het griffierecht uit eigen middelen te voldoen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5fe7bc068f050edaca2eb86d5fa7059a17a8de9a1c63c63fbd5b7914363d8f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5fe7bc068f050edaca2eb86d5fa7059a17a8de9a1c63c63fbd5b7914363d8f6, en de alinea staat in dat document op bytes 32729 tot 33566.