Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016

Onder 4.39.2 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1073.

Indien niet reeds op basis van de inkomensgegevens kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van een onaanvaardbaar zware financiële last, wordt rekening gehouden met het ten tijde van het aangaan van de overeenkomst aanwezig vermogen waaruit de verplichtingen uit de overeenkomst tot effectenlease – geheel of gedeeltelijk – hadden kunnen worden voldaan. De verwijzende rechter spreekt van het geval dat het batig saldo is uitgekeerd aan de afnemer (rov. 4.12 van het vonnis van 30 juni 2016). Dat lijkt te zien op het geval dat de afnemer het batig saldo bijvoorbeeld op zijn bankrekening zet. Volgens de hofformule zou de rechter dat bedrag bijvoorbeeld kunnen delen door het aantal maanden waarvoor de overeenkomst is aangegaan en de uitkomst daarvan meetellen bij de bestedingsruimte. Het is mij niet duidelijk of vraag IV impliceert dat aan de vermogenszijde geen rekening wordt gehouden met een batig saldo dat is verrekend met toekomstige maandtermijnen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/20f95d17873ed30bcba9025c43694e61f9532eecd10793522d9d075db5e48739. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 20f95d17873ed30bcba9025c43694e61f9532eecd10793522d9d075db5e48739, en de alinea staat in dat document op bytes 113242 tot 114352.