Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1074.

“Bij de vraag wie het risico draagt van diefstal/verduistering in een geval als het onderhavige, komt […] veel betekenis toe aan de aard van de onderhavige rechtsverhouding en de daarmee samenhangende verzekeringsaspecten. Het gaat in casu om het gebruik van een auto voor zeer korte tijd (één dag). Daarvoor moet de huurster een zeker, gering bedrag betalen. Iedereen weet dat de risico's van het autoverkeer zeer groot zijn en dat iedere automobilist grote schade kan veroorzaken. Zonder verzekering tegen schade veroorzaakt door een auto zijn de risico's onverantwoord groot. Vandaar dat een autoverzekering wettelijk verplicht is. Bij het huren van een auto is dit niet anders. […] Ook diefstal is een risico dat iedere automobilist loopt en dat, indien het zich realiseert, tot grote vermogensschade kan leiden. Daarom behoort tot het standaardpakket van een WA beperkt casco en van een all risk-autoverzekering dat de verzekering mede dekking biedt tegen diefstal. Wel wordt meestal een uitzondering gemaakt voor het geval de eigenaar de auto heeft verhuurd en de diefstal bij de huurder plaatsvindt, maar die polisvoorwaarde is in het algemeen niet geschreven voor een geval als het onderhavige waarin de verhuurster Tigchelaar er haar bedrijf van maakt auto's te verhuren. In casu staat niet vast of de diefstal/verduistering door de autoverzekering van Tigchelaar wordt gedekt, maar ongeacht of dit wel of niet het geval is, meen ik dat een autoverhuurbedrijf een klant niet zonder hem daarop gewezen te hebben het risico mag laten lopen dat hij bij diefstal/verduistering van de auto de schade zal moeten betalen. De klant kan dan onderzoeken of hij de mogelijkheid heeft zich hiertegen te verzekeren en, wanneer het antwoord negatief luidt, dit bij zijn keuze voor het huren van een auto betrekken. Hij kan dan het gemak van het huren van een auto voor relatief weinig geld afwegen tegen het risico van een grote schadepost wegens diefstal, ook wanneer deze diefstal, zoals in casu, plaatsvindt door iemand uit de kennissenkring die misbruik maakt van de gebruikelijke omgangsvormen tussen goede bekenden. […] Kortom en in alle scherpte en duidelijkheid: ik zeg niet dat wanneer het gebruikelijk zou zijn (is) dat autoverhuurders zich tegen het risico van diefstal/verduistering verzekeren, dit een omstandigheid is die van belang is voor het oordeel of de verkeersopvattingen meebrengen dat het risico van diefstal/verduistering van een gehuurde auto bij de huurder of de verhuurder moet worden gelegd (HR 5 januari 1968, NJ 1968/102 inzake Zentveld/Fokker). Mijn standpunt gaat verder en houdt in dat een autoverhuurder het zijn klanten niet mag aandoen om ze, zonder ze daarop te wijzen, onverzekerd tegen diefstal/verduistering van de huurauto op pad te laten gaan.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebcfbfb9dc186cade1dd81718cc243e916c5925c2709858a23baabe8b014224c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebcfbfb9dc186cade1dd81718cc243e916c5925c2709858a23baabe8b014224c, en de alinea staat in dat document op bytes 39007 tot 41813.