Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016
Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1074.
Abas en Van Schaick hebben zich kritisch uitgelaten over Spruijt/Tigchelaar , omdat Uw Raad de precieze invulling van de verkeersopvattingen en de daarop gegronde uitkomst van de zaak niet (voldoende) zou hebben gemotiveerd , respectievelijk omdat de beslissing een apodictisch karakter zou hebben . Memelink voert deze bezwaren terug tot het (overigens niet nieuwe ) “kenbaarheidsprobleem”, het niet steeds evidente en onmiddellijk kenbare karakter van het ongeschreven recht, en adviseert rechtsonzekerheid te beperken door zo goed mogelijk te zoeken naar de kenbare verkeersopvatting, bij gebreke daarvan objectieve aanknopingspunten te gebruiken, en de concretisering van de verkeersopvatting grondig en rationeel te motiveren .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebcfbfb9dc186cade1dd81718cc243e916c5925c2709858a23baabe8b014224c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebcfbfb9dc186cade1dd81718cc243e916c5925c2709858a23baabe8b014224c, en de alinea staat in dat document op bytes 42361 tot 43397.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ebcfbfb9dc186cade1dd81718cc243e916c5925c2709858a23baabe8b014224c | shasum -a 256