Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016
Onder 2.1 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1075.
Hoewel het partijdebat dit punt niet aanroert, maak ik enkele opmerkingen over de ontvankelijkheid van beide cassatieberoepen. Het principale cassatieberoep van [eiser] is gericht tegen Värde en tegen [verweerster 2]. Door de voeging is [verweerster 2] in deze procedure partij geworden aan de zijde van [eiser]. [eiser] is in het tegen [verweerster 2] gerichte beroep niet-ontvankelijk. De arresten van het hof zijn immers niet tussen hen gewezen, nu zij beiden als mede-geïntimeerden in de procedure voor het hof waren betrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86c1d8d7dde34c82cbe3caf059bc74d3acd608afb4d8a8b49ac29d8492c7c226. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86c1d8d7dde34c82cbe3caf059bc74d3acd608afb4d8a8b49ac29d8492c7c226, en de alinea staat in dat document op bytes 16993 tot 17603.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/86c1d8d7dde34c82cbe3caf059bc74d3acd608afb4d8a8b49ac29d8492c7c226 | shasum -a 256