Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016

Onder 4.9 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1076.

De rechtbank overweegt dat iedere feitelijke onderbouwing van de huurwaardevordering in het lichaam van de dagvaarding ontbreekt. Eerst ter comparitie heeft de raadsman van [eisers] terzake de huurwaarde gesteld dat hiermee een vergoeding voor het gebruik van deze woning door [verweerder 1] wordt beoogd. Deze aanvulling van de feitelijke grondslag is niet toegestaan, daar [verweerder 1] niet is verschenen en deze eiswijziging niet bij exploot is betekend (artikel 130 lid 3 Rv). De rechtbank zal daarom de gevorderde veroordeling tot inbreng in de onverdeeldheid van de huurwaarde afwijzen. Gelet hierop bestaat geen belang bij de waardering van de huurwaarde van deze woning, zodat de gevorderde benoeming van een deskundige ter waardering van de huurwaarde hetzelfde lot treft. Ook de gevorderde veroordeling tot inbreng in de onverdeeldheid van de vruchten zal de rechtbank afwijzen. Hier geldt eveneens dat iedere feitelijke onderbouwing in het lichaam van de dagvaarding ontbreekt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f56a05ad86715663dcbb9047416f7cd0a74934283f6ea250d99881a2bde6ab3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f56a05ad86715663dcbb9047416f7cd0a74934283f6ea250d99881a2bde6ab3b, en de alinea staat in dat document op bytes 16833 tot 17836.