Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016

Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1076.

“Het Hof ’s Hertogenbosch overweegt bij arrest van 1 november 2005 ( productie 3 ) onder r.o. 4.5 dat tussen Van Valen, [eisers] en [verweerster 2] door de Rechtbank bij vonnis van 8 maart 2002 (zie productie 1 ) en het Hof bij arrest van 16 september 2003 is geoordeeld dat de kinderen erfgenaam zijn van wijlen hun moeder. Tegen dit arrest is geen rechtsmiddel ingesteld, zodat het kracht van gewijsde heeft. Het Hof voegt hier aan toe: ‘…., hoezeer in het onderhavige kort geding de objectieve onjuistheid van dit feit door [verweerster 2] door het overleggen van de akte van verwerping is aangetoond’. ”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f56a05ad86715663dcbb9047416f7cd0a74934283f6ea250d99881a2bde6ab3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f56a05ad86715663dcbb9047416f7cd0a74934283f6ea250d99881a2bde6ab3b, en de alinea staat in dat document op bytes 35074 tot 35804.