Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016

Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1076.

Bij de bespreking van deze klacht stel ik voorop dat, anders dan [eisers] mogelijk menen, het hof niet heeft verwezen naar de conclusie van eis in tussenkomst, maar naar de incidentele conclusie tot tussenkomst . Het hof heeft uit de stellingen onder 2.3 en 4 van laatstgenoemde conclusie (welke stellingen min of meer gelijkluidend zijn aan de stellingen onder 4 en 5 van de conclusie van eis in tussenkomst) afgeleid dat in de eerdere kortgedingprocedure aan de orde was gekomen dat [eisers] hun aandeel in de nalatenschap van [betrokkene] hadden verworpen en dat [verweerster 2] door het “aanhalen” van “dit rechtsfeit” in haar conclusie onder 2.3 en 4 kennelijk beoogde “dit aspect (ook in de onderhavige procedure) ten verwere voor te dragen” .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f56a05ad86715663dcbb9047416f7cd0a74934283f6ea250d99881a2bde6ab3b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f56a05ad86715663dcbb9047416f7cd0a74934283f6ea250d99881a2bde6ab3b, en de alinea staat in dat document op bytes 40746 tot 41722.