Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016

Onder 4.18 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1078.

In een tweepartijenrelatie zal een verrijking die heeft plaatsgevonden op basis van een contract niet snel als ongerechtvaardigd worden aangemerkt. Het ligt anders wanneer de verarmde een derde is. In dit verband is van belang HR 28 oktober 2011 (Ponzi-scheme), waarop ook het hof zich in de onderhavige procedure heeft gebaseerd. Het betreft de zaak van de curator in het faillissement van X, die een piramidespel had opgezet. De curator had zijn pijlen gericht op Y, een vroege inlegger die aanzienlijk van de activiteiten van X had geprofiteerd. Het hof had aangenomen dat de verrijking van Y werd gerechtvaardigd door de rechtsgeldige overeenkomsten die zij met X had gesloten. Het tegen dit oordeel gerichte cassatieberoep werd door de Hoge Raad verworpen, waarbij echter het volgende voorop werd gesteld (rov. 3.7.2):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0dff6f7e9712396efc31239a32cb291132bc057c7ead8b0f2f0696e06d0b183. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0dff6f7e9712396efc31239a32cb291132bc057c7ead8b0f2f0696e06d0b183, en de alinea staat in dat document op bytes 59230 tot 60194.