Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016
Onder 4.25 Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 oktober 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1078.
Op deze vraagstukken ga ik niet uitgebreider in, omdat de kwestie voor de onderhavige zaak niet van doorslaggevend belang is. Ook wanneer de interpretatie van [eiseres] juist zou zijn (dus: de bank had niet mogen verrekenen, de curator heeft een aanspraak op de bank) kan mijns inziens standhouden het oordeel van het hof dat er sprake is van ongerechtvaardigde verrijking. Anders gezegd: het – mogelijke – feit dat de bank niet had mogen verrekenen en de curator het betreffende bedrag van de bank kan terugvorderen, brengt nog niet mee dat, nu de bank feitelijk wel heeft verrekend, de curator [eiseres] niet zou kunnen aanspreken op grond van ongerechtvaardigde verrijking. De – mogelijk bestaande – aanspraak van de curator op de bank, staat aan een voldoende verband tussen de verrijking en de verarming niet in de weg. Van belang hierbij is dat de vordering uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking geen subsidiair karakter heeft. Ik verwijs naar het voorgaande onder 4.20.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d0dff6f7e9712396efc31239a32cb291132bc057c7ead8b0f2f0696e06d0b183. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d0dff6f7e9712396efc31239a32cb291132bc057c7ead8b0f2f0696e06d0b183, en de alinea staat in dat document op bytes 67478 tot 68547.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d0dff6f7e9712396efc31239a32cb291132bc057c7ead8b0f2f0696e06d0b183 | shasum -a 256