Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 november 2016

Onder 6.2.1. Parket bij de Hoge Raad 8 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1086.

Voor de inwerkingtreding van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (WTL) op 1 april 2002 , waren euthanasie en hulp bij zelfdoding strafbaar, ook als een arts in het kader van zorgvuldig medisch handelen het leven van een ander op diens verzoek wegens duurzaam lijden beëindigde. In het “Euthanasie Alkmaar-arrest” van 1984 achtte de Hoge Raad een algemene medische exceptie gelet op de toenmalige maatschappelijke opvattingen niet aanvaardbaar, maar het aannemen van een noodtoestand onder omstandigheden wel. De in dat arrest geformuleerde zorgvuldigheidseisen die daarbij in acht moeten worden genomen zijn daarna in de jurisprudentie verder ontwikkeld en hebben hun weerslag gevonden in de WTL.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d7ce6a2ef88660c2822e4ac806feeacd5746236f019be5b3e68357062d73c6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d7ce6a2ef88660c2822e4ac806feeacd5746236f019be5b3e68357062d73c6a, en de alinea staat in dat document op bytes 99667 tot 100671.