Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 november 2016

Onder 7.2.5. Parket bij de Hoge Raad 8 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1086.

De bestreden overweging van het hof, die van feitelijke aard is, acht ik overigens niet onbegrijpelijk. Uit een brief van de huisarts van 24 maart 2010, gericht aan de politie, blijkt dat de moeder van de verdachte leed aan hartfalen, veel rugklachten had als gevolg waarvan zij beperkt was in haar bewegen, nagenoeg blind was door maculadegeneratie, een zeer slechte nierfunctie had waardoor ze erg vermoeid was en een open been heeft gehad. De huisarts heeft in hoger beroep bij haar verhoor door de raadsheer-commissaris op 3 februari 2015 verklaard dat zij geen mogelijkheden had om het de moeder van de verdachte meer naar haar zin te maken in het leven. Uit de voor het bewijs gebezigde verklaringen van de verdachte, de moeder van de verdachte (zoals weergegeven in geluidsopnamen die zijn uitgewerkt in een proces-verbaal van bevindingen) en de twee dochters van de verdachte kan worden afgeleid dat de moeder van de verdachte onder meer als gevolg van haar lichamelijke klachten en angst voor het verliezen van de regie over haar leven een duidelijke doodswens had.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d7ce6a2ef88660c2822e4ac806feeacd5746236f019be5b3e68357062d73c6a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d7ce6a2ef88660c2822e4ac806feeacd5746236f019be5b3e68357062d73c6a, en de alinea staat in dat document op bytes 125643 tot 126731.