Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016

Onder 1.10 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1105.

Uit Class IV ACT en Miljoen e.a. blijkt dat de belanghebbende (c.q. zijn participanten) pas vergelijkbaar zouden worden met (de participanten in) een fbi als Nederland ook (de participanten in) de belanghebbende zou onderwerpen aan cumulatie van dividendbelasting, dus ook belanghebbende(’s participanten) zou onderwerpen aan (inhouding van) een uitstroombelasting, net als de (participanten in) een fbi; i.e. als Nederland hen zou onderwerpen aan een extraterritoriale secondary withholding tax. Uit onder meer de zaken Columbus Container Services en Krankenheim Ruhesitz blijkt dat een EU-lidstaat geenszins gehouden is zijn belastingregeling aan te passen aan afwijkende stelsels in andere lidstaten om fiscale neutraliteit te garanderen en dus geenszins gehouden is om een secondary withholding tax in te voeren ten gerieve van de buitenlandse verrekenings- of credit -doorgeefpositie van niet-ingezeten fondsen. Overigens verbiedt art. 10(6) van het belastingverdrag met het VK (art. 10(5) OESO-Modelverdrag) secondary withholding taxes .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a378056e2cc19edee02b3707450db322f4516c1b0158a4114d5c92d0334d77d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a378056e2cc19edee02b3707450db322f4516c1b0158a4114d5c92d0334d77d2, en de alinea staat in dat document op bytes 24008 tot 25380.