Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016
Onder 5.22 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1105.
Als een niet-ingezeten belegger ervoor kiest (i) niet rechtstreeks, (ii) niet via een fbi en (iii) evenmin via een transparant buitenlands fonds, maar via een niet -transparant buitenlands fonds in Nederlandse aandelen te beleggen, merkt zijn woonstaat hem niet aan als belastingplichtig voor de Nederlandse dividendbelasting en heeft hij in zijn woonstaat onder het toepasselijke belastingverdrag dus geen recht op verrekening van de Nederlandse bronheffing. De wél-dividendbelastingplichtige (het fonds) is evenmin verdragsgerechtigd als hij in zijn vestigingsstaat niet onderworpen is aan de vennootschapsbelasting, zoals kennelijk de belanghebbende. Als het VK evenmin een unilaterale tegemoetkoming (teruggaaf of afdrachtvermindering) verleent voor buitenslands ten laste van zijn beleggingsfondsen ingehouden bronheffingen, blijft de Nederlandse dividendbelasting ‘hangen’. Het is niet aan Nederland om deze in en als gevolg van de Britse heffingsjurisdictie optredende omstandigheden te verhelpen. Nederland geeft wél een tegemoetkoming voor buitenlandse bronheffingen aan zijn fbi’s en zijn stelsel is daarmee neutraal, fiscaal coherent en intern consistent. Nederland gaat daarmee verder dan waartoe het EU-recht noopt, nu volgens Orange European Smallcap Fund en Kerckhaert-Morres (i) de cumulatie van bronheffing in de bronstaat en inwonerheffing in de vestigingsstaat, en (ii) eventuele (gedeeltelijke) niet-verrekenbaarheid van die buitenlandse bronheffing in de woonstaat (internationale juridische dubbele belasting) een gevolg is van parallelle uitoefening van heffingsjurisdictie waartegen de verkeersvrijheden niet gewassen zijn (anders dan tegen de discriminatie die in de zaken Lenz en Manninen aanwezig werd geacht bij weigering van verrekening van buitenlandse vennootschapsbelasting waar binnenlandse vennootschapsbelasting wél werd geïmputeerd). Dat het VK geen tegemoetkoming geeft en dat EU-rechtelijk ook niet hoeft te doen, is een dispariteit c.q. een parallelle jurisdictie-uitoefening en een soevereine aangelegenheid van die Staat. Het is vaste rechtspraak van het HvJ EU dat de Verdragsvrijheden niet garanderen dat grensoverschrijding (blootstelling aan een andere c.q. aan twee jurisdictie(s)) fiscaal neutraal zal zijn. Ik herhaal dat die vrijheden volgens vaste rechtspraak evenmin inhouden dat een Lidstaat zijn belastingwetgeving zou moeten aanpassen aan uiteenlopende eigenaardigheden van belastingstelsels van andere Lidstaten om te voorkomen dat grensoverschrijding tot hogere overall belasting leidt dan niet-grensoverschrijding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a378056e2cc19edee02b3707450db322f4516c1b0158a4114d5c92d0334d77d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a378056e2cc19edee02b3707450db322f4516c1b0158a4114d5c92d0334d77d2, en de alinea staat in dat document op bytes 203504 tot 206505.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a378056e2cc19edee02b3707450db322f4516c1b0158a4114d5c92d0334d77d2 | shasum -a 256