Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016

Onder 1.13 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1105.

Miljoen e.a. biedt wel een nieuw gezichtspunt, maar mijns inziens niet in de door de belanghebbende beoogde zin. De vraag is overigens of Miljoen e.a. nog geldend recht is voor niet-ingezetenen die, indien zij ingezeten zouden zijn, in box 3 zouden vallen, nu het recentere arrest PMT van het HvJ EU zijn arrest Miljoen e.a . regelrecht tegenspreekt voor gevallen van forfaitaire inkomstenbepaling zoals in box 3. Wat daar van zij, Miljoen e.a. gaat niet over de vergelijkbaarheid van fondsbelegging en rechtstreekse belegging. Er is niets in Miljoen e.a. dat suggereert dat door tussenliggende niet -transparante niet-ingezeten buitenlandsrechtelijke entiteiten heen gekeken zou moeten worden. De belanghebbende, van wie vast staat dat hij fiscaalrechtelijk niet-transparant is, verkeert mijns inziens in dezelfde positie als andere niet-ingezeten corporate beleggers in Nederlandse aandelen. Hij verkeert dus voor de toepassing van Miljoen e.a. in dezelfde positie als Société Générale uit de Miljoen e.a. trilogie. Zijn dividendbelastingdruk moet daarom worden vergeleken met de Nederlandse vennootschapsbelastingdruk die een ingezeten vennootschapsbelasting-plichtige gedragen zou hebben ter zake van Nederlands beleggingsdividend. Uit Haribo en Ö sterreichische Salinen volgt dat de belanghebbende de daartoe benodigde feitelijke gegevens moet produceren en uit Société Générale dat hij alleen de rechtstreekse inningskosten mag aftrekken van het brutodividend. Alsdan is onwaarschijnlijk dat de vpb-druk (destijds circa 30%) in de litigieuze jaren hoger zou zijn geweest dan de dividendbelastingdruk (destijds 25%). Société Générale lijkt op dit punt echter weer tegengesproken te worden door het latere arrest Brisal . De vraag naar de verhouding tussen die twee arresten kunt u niet beantwoorden en verwijzing naar het HvJ EU heeft bij gebrek aan feitelijke grondslag geen zin. Overigens lijkt niet waarschijnlijk dat de belanghebbende meer dan circa 20% van het brutodividend aan directe kosten gemaakt zou hebben tot verwerving van het dividend. Na vaststelling van de relevante feiten kan de verwijzende feitenrechter hierover eventueel zelf vragen aan het HvJ voorleggen als die feiten daartoe aanleiding geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a378056e2cc19edee02b3707450db322f4516c1b0158a4114d5c92d0334d77d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a378056e2cc19edee02b3707450db322f4516c1b0158a4114d5c92d0334d77d2, en de alinea staat in dat document op bytes 27084 tot 29900.