Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1105.

De Rechtbank heeft overwogen (r.o. 4.6) dat uit HR BNB 2015/203 volgt dat objectieve vergelijkbaarheid reeds ontbreekt doordat de belanghebbende – anders dan een fbi – niet onderworpen is aan inhoudingsplicht voor de Nederlandse dividendbelasting en dat hij op basis van deze maatstaf geen aanspraak kan maken op teruggaaf van dividendbelasting. De Rechtbank constateert echter dat in de literatuur kritiek is geuit op de in HR BNB 2015/203 aangelegde vergelijkingsmaatstaf en dat ná het wijzen van HR BNB 2015/203 het HvJ EU arrest heeft gewezen in de gevoegde zaken C-10/14, C-14/14 en C-17/14, Miljoen, X, en Société Générale SA ( Miljoen e.a. ), welk laatste arrest de vraag doet rijzen hoe de vergelijkingsmaatstaf in die zaken (waarbij de belastingdruk bij de uiteindelijke belegger in aanmerking wordt genomen) zich verhoudt tot die in HR BNB 2015/203. Bovendien overwoog de Rechtbank dat zich achter een buitenlands fonds Nederlands ingezetenen kunnen bevinden. Dit heeft de Rechtbank aanleiding gegeven (r.o. 4.11) om haar beslissing aan te houden en de volgende vragen prejudicieel aan u voor te leggen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a378056e2cc19edee02b3707450db322f4516c1b0158a4114d5c92d0334d77d2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a378056e2cc19edee02b3707450db322f4516c1b0158a4114d5c92d0334d77d2, en de alinea staat in dat document op bytes 37897 tot 39164.