Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016

Onder 4.21 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1106.

“Ik meen dat het HvJ in PMT hoe dan ook blijk geeft van een inzicht waartoe het nog niet (zichtbaar) was gekomen toen het Miljoen e.a. wees. Beide in par. 8 vermelde lezingen impliceren naar mijn mening dat het HvJ thans, in elk geval in de zaken X en Miljoen zou concluderen tot objectieve onvergelijkbaarheid. Ik zie althans geen (wezenlijk) verschil tussen het Nederlandse box 3-regime en het Zweedse regime voor binnenlandse pensioenfondsen. Dat Nederland de niet-ingezeten particulier ongeacht welk DBV van toepassing is evenmin (jaarlijks) kan belasten voor de waarde van diens portfolioaandelen, maar slechts over (in enig jaar) daadwerkelijk genoten dividend lijkt mij voorts evident. Slechts in de tweede lezing (waarbij voorzichtigheid lijkt geboden) zou het HvJ thans ook in de zaak Société Générale concluderen tot objectieve onvergelijkbaarheid. Het (verrassende) slotakkoord in PMT leert evenwel dat het pleit in die zaak niet zonder meer eindigt in objectieve onvergelijkbaarheid.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/189c2106c88a890bcccbaad8358b1b97cdaa5fcaac3c8222a058b80f311df133. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 189c2106c88a890bcccbaad8358b1b97cdaa5fcaac3c8222a058b80f311df133, en de alinea staat in dat document op bytes 154270 tot 155479.