Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016

Onder 5.9 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1106.

Uit de boven geciteerde arresten Emerging Markets , Santander , Orange European Smallcap Fund en PMT blijkt dat de grensoverschrijdende en de interne situatie bij belegging via beleggingsfondsen vergeleken moeten worden op basis van doelstelling, voorwerp en inhoud van het nationale fiscale regime voor die fondsen (zie PMT , r.o. 48-49 en 51 (geciteerd in 4.20 hierboven) en de citaten in de onderdelen 6.7, 6.9 en 6.10 van de boven (4.16) geciteerde conclusie voor HR BNB 2015/203). HR BNB 2015/203 voldoet aan die maatstaf. U ging immers uit van het doel van de regeling (gelijke fiscale behandeling van rechtstreekse en fondsbeleggers) en beoordeelde daartoe de inhoud van de regeling (de eisen die het fbi-regime stelt, met name de eisen van dooruitdeling, inhouding en afdracht, en het effect daarvan: doorgeven van de dividendbelasting) en het voorwerp ervan (de positie van de belegger). Voyant onverenigbaar met een vergelijkingsmaatstaf op basis van doel, voorwerp en inhoud van het fbi-regime lijkt het mij om juist die persoon te negeren voor wie het regime is ontworpen: de belegger. Dat zou ook rechtstreeks in strijd zijn met r.o. 40 van de boven (zie 4.16, onder 6.9) geciteerde zaak Santander . Doel én effect van het fbi-regime zijn dat de uitstroombelasting ten laste van de participanten bij de verplichte dooruitdeling (die de teruggegeven/verrekende instroombelasting zo snel mogelijk vervangt) overeenstemt met de dividendbelasting die zij bij rechtstreekse belegging gedragen zouden hebben. Dat doel en dat effect zijn onbereikbaar bij belegging via een lichaam dat zich buiten de Nederlandse inhoudingsjurisdictie bevindt. In wezen is de uitstroombelasting bij een fbi de doorgeschoven instroombelasting. Het regime creëert quasi-transparantie omdat fiscale transparantie o.a. verlies van verdragsgerechtigdheid voor de fbi tot gevolg zou hebben en nontransparantie met inhoudingsvrijstelling bij dooruitdeling er toe zou leiden dat de belegger het verrekeningsrecht verliest dat hij bij rechtstreeks genieten van het dividend wél had. Zou de bij een fbi door de uitstroombelasting vervangen instroombelasting ook aan een niet-ingezeten fonds teruggegeven moeten worden zonder die vervangende uitstroombelasting binnen acht maanden, dan zou een belegger via een buitenlands fonds voor de dividendbelasting anders behandeld worden dan een belegger die rechtstreeks belegt en evenzeer anders behandeld worden dan een belegger die via een fbi belegt. Dat laatste zei u weliswaar niet expliciet in HR BNB 2015/203, maar het is evident en volgt uit uw overwegingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/189c2106c88a890bcccbaad8358b1b97cdaa5fcaac3c8222a058b80f311df133. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 189c2106c88a890bcccbaad8358b1b97cdaa5fcaac3c8222a058b80f311df133, en de alinea staat in dat document op bytes 229734 tot 232747.