Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016

Onder 5.15 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1106.

Voor inkomend buitenlands dividend ontvangen door een fbi gaf Nederland een vergelijkbare tegemoetkoming als voor binnenlands dividend (art. 6 (oud) BBI), zij het gemaximeerd op de verrekening waarop bij rechtstreekse belegging recht zou hebben bestaan onder het toepasselijke belastingverdrag. Zoals bleek, wordt die tegemoetkoming sinds 2008 (wetswijziging naar aanleiding van Orange European Smallcap Fund ) verleend ongeacht de woonplaats van de participant, door middel van afdrachtvermindering ex art. 11a Wet Divb. Uit Orange European Smallcap Fund volgt overigens dat Nederland daartoe niet verplicht is: het Hof ziet in die zaak immers, net als in Kerckhaert-Morres , de samenloop van buitenlandse bronheffing en binnenlandse vestigingsstaatbelasting over hetzelfde buitenlandse dividend bij dezelfde persoon als ‘parallelle uitoefening van heffingsjurisdictie’ waartegen de verkeersvrijheden niet gewassen zijn. Uit Orange European Smallcap Fund volgt wel dat als Nederland (onverplicht) een tegemoetkoming geeft voor buitenslands ten laste van een fbi ingehouden bronheffing, die tegemoetkoming neutraal moet uitpakken ter zake van de vraag of des fbi’s aandeelhouders ingezeten of niet-ingezeten zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/189c2106c88a890bcccbaad8358b1b97cdaa5fcaac3c8222a058b80f311df133. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 189c2106c88a890bcccbaad8358b1b97cdaa5fcaac3c8222a058b80f311df133, en de alinea staat in dat document op bytes 239409 tot 240850.