Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016
Onder 5.45 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1106.
Ad de vragen 3 en 5 meen ik dus dat feitelijke dooruitdeling binnen acht maanden na het boekjaar voldoende is voor vergelijkbaarheid, maar dat van vergelijkbare feitelijke dooruitdeling niet gesproken kan worden als de vestigingsstaat van een niet-ingezeten fonds belasting heft ten laste van diens aandeelhouders alsof er zou zijn uitgedeeld, hoewel feitelijk niet is uitgedeeld. Het met het fbi-regime beoogde doel en het onder dat regime bereikte feitelijke resultaat worden in zo’n afwijkend stelsel immers niet bereikt. Vraag 3 en vraag 5 (tweede deel) moeten mijns inziens daarom ontkennend worden beantwoord.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/189c2106c88a890bcccbaad8358b1b97cdaa5fcaac3c8222a058b80f311df133. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 189c2106c88a890bcccbaad8358b1b97cdaa5fcaac3c8222a058b80f311df133, en de alinea staat in dat document op bytes 286535 tot 287200.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/189c2106c88a890bcccbaad8358b1b97cdaa5fcaac3c8222a058b80f311df133 | shasum -a 256