Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016

Onder 1.18 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1106.

Ad de vragen 3, 4 en 5 meen ik dat feitelijke dooruitdeling binnen acht maanden voldoende is voor vergelijkbaarheid, maar dat die zich niet voordoet als belanghebbendes vestigingsstaat belasting heft ten laste van diens aandeelhouders alsof er is uitgedeeld, terwijl feitelijk niet is uitgedeeld. Het met het fbi-regime beoogde doel en het met dat regime bereikte feitelijke resultaat worden in zo’n afwijkend stelsel immers niet bereikt. De vragen 3, 4a en 5 (laatste deel) moeten mijns inziens daarom ontkennend worden beantwoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/189c2106c88a890bcccbaad8358b1b97cdaa5fcaac3c8222a058b80f311df133. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 189c2106c88a890bcccbaad8358b1b97cdaa5fcaac3c8222a058b80f311df133, en de alinea staat in dat document op bytes 36335 tot 36917.