Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016
Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:111.
Blijkens de parlementaire geschiedenis heeft de wetgever met art. 827 lid 1 sub f Rv willen voorkomen dat ‘voor geschillen die direct verband houden met de betreffende scheidingsproblematiek onnodig afzonderlijke procedures moeten worden gevoerd’ aangezien het ‘juist de bedoeling (is) geschillen tussen echtgenoten zoveel mogelijk tezamen in één zitting te behandelen’ , zodat het praktisch en efficiënt kan zijn om in het kader van de echtscheidingsprocedure de mogelijkheid te hebben ook andere voorzieningen te verzoeken dan de in art. 827 lid 1 sub a t/m e Rv genoemde specifieke nevenvoorzieningen. Om te voorkomen dat al te lichtvaardig wordt omgegaan met de door art. 827 lid 1 sub f Rv geboden mogelijkheid, heeft de wetgever twee voorwaarden gesteld, te weten dat (i) de verzochte voorziening voldoende samenhang vertoont met het echtscheidingsverzoek en (ii) niet te verwachten is dat de behandeling van de verzochte voorziening tot onnodige vertraging van het geding zal leiden. Dit betekent ‘ dat de gevraagde voorziening moet aansluiten bij de regeling van de gevolgen van de scheiding ’ en ‘ dat de behandeling ervan niet een extra complicerende factor vormt in die zin dat daardoor vertraging in de procedure optreedt ’. Gaat het wel om ingewikkelde zaken die het geding aanzienlijk kunnen ophouden, dan is daarvoor een afzonderlijke procedure aangewezen. Weliswaar wordt in de parlementaire geschiedenis in dit verband nog opgemerkt dat het bij de restcategorie van art. 827 lid 1 sub f Rv moet gaan om kwesties van tamelijk eenvoudige aard, maar hier moet vermoedelijk niet al te veel gewicht aan worden toegekend. Het is immers een illusie om te menen dat het bij de overige in art. 827 lid 1 sub a t/m e Rv genoemde specifieke nevenvoorzieningen, zoals die betreffende alimentatie, verdeling en verrekening, steeds om kwesties van eenvoudige aard gaat. De bepaling wordt in de literatuur wel aangemerkt als een vangnet voor niet in de voorgaande onderdelen geregelde gevallen waar het de afwikkeling van de vermogensrechtelijke aspecten van de scheiding betreft. Het gaat erom dat de krachtens art. 827 lid 1 sub f Rv verzochte nevenvoorziening het geding niet onnodig zal vertragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7882ea946478ca5f0159a2dc2dad992c5829c92965c78d86d073825503ff5fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7882ea946478ca5f0159a2dc2dad992c5829c92965c78d86d073825503ff5fd, en de alinea staat in dat document op bytes 27119 tot 29781.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d7882ea946478ca5f0159a2dc2dad992c5829c92965c78d86d073825503ff5fd | shasum -a 256