Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016
Onder 2.12 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:111.
Het komt mij voor dat het hof het verzoek van de man op grond van art. 1:164 BW terecht heeft gekwalificeerd als een andere voldoende met het echtscheidingsverzoek samenhangende voorziening zoals bedoeld in art. 827 lid 1 sub f Rv. Deze voldoende verbondenheid blijkt reeds uit de plaatsing van art. 1:164 BW in Titel 9, Afdeling 2 van Boek 1 BW, handelend over echtscheiding. Voorts ziet art. 1:164 BW specifiek op de situatie van benadeling van de huwelijksgoederengemeenschap door een echtgenoot kort voor of in de loop van de echtscheidingsprocedure tussen de echtgenoten. Ik zou menen dat, uit een oogpunt van efficiency, in een echtscheidingsprocedure een op art. 1:164 BW gegrond verzoek als nevenvoorziening in de zin van art. 827 lid 1 sub f Rv aan bod moet kunnen komen, tenzij vast komt te staan dat de behandeling van deze voorziening in het concrete geval het geding onnodig zal vertragen. Van dat laatste is in het onderhavige geval geen sprake, zo heeft het hof vastgesteld in rov. 4.7. Mitsdien falen de onderdelen 1.3 en 1.4.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7882ea946478ca5f0159a2dc2dad992c5829c92965c78d86d073825503ff5fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7882ea946478ca5f0159a2dc2dad992c5829c92965c78d86d073825503ff5fd, en de alinea staat in dat document op bytes 29865 tot 30920.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d7882ea946478ca5f0159a2dc2dad992c5829c92965c78d86d073825503ff5fd | shasum -a 256