Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016

Onder 2.27 Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:111.

Vooropgesteld dat het hof ongemotiveerd voorbij mocht gaan aan niet voldoende onderbouwde of niet terzake dienende stellingen, zijn ook deze klachten tevergeefs voorgesteld. Kennelijk heeft het hof gemeend dat de stelling van de vrouw over het niet verzwijgen van de opname van de gelden jegens de rechtbank en de man niet terzake dienend was. Dat is niet onbegrijpelijk; het hof heeft zijn oordeel omtrent de verspilling met name gebaseerd op de besteding van de opgenomen gelden. Voor de door de vrouw in de producties 1 en 2 bij de brief van 21 november 2014 opgevoerde uitgaven geldt dat het hof daaraan voor een deel als niet relevant of niet voldoende onderbouwd voorbij kon gaan. Voor zover het betreft gestelde uitgaven ten behoeve van het gezin en/of de man (onderhoud, belasting, verzekering etc.), nader gespecificeerd in productie 2, geldt dat deze niet met stukken zijn gestaafd en, als gezegd, gedeeltelijk betrekking hebben op een niet-relevante periode.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d7882ea946478ca5f0159a2dc2dad992c5829c92965c78d86d073825503ff5fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d7882ea946478ca5f0159a2dc2dad992c5829c92965c78d86d073825503ff5fd, en de alinea staat in dat document op bytes 47898 tot 48881.