Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016
Onder 1.3. Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1116.
Eiser heeft aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd de Wet bescherming persoonsgegevens (in het bijzonder art. 36 en 40 Wbp) en een onrechtmatige daad van de gedaagden jegens hem . Op grond van art. 36 Wbp (het zgn. ‘correctierecht’) kan de belanghebbende aan degene die verantwoordelijk is voor de verwerking van de persoonsgegevens (de ‘verantwoordelijke’) een verzoek doen om bepaalde persoonsgegevens te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Art. 40 Wbp biedt in bepaalde gevallen bovendien de mogelijkheid om in verband met bijzondere persoonlijke omstandigheden bij de ‘verantwoordelijke’ verzet aan te tekenen tegen de verwerking van persoonsgegevens.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e, en de alinea staat in dat document op bytes 12185 tot 13140.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e | shasum -a 256