Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016

Onder 2.14. Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1116.

De voor de verwerking ‘verantwoordelijke’ dient te verzekeren dat de verwerking eerlijk en rechtmatig geschiedt en het finaliteitsbeginsel/doelbinding en het evenredigheidsbeginsel respecteert, alsook te verzekeren dat de gegevens nauwkeurig zijn. De gegevensverwerking zal moeten kunnen worden gerechtvaardigd op grond van art. 7 Richtlijn 95/46. Naast een beroep op art. 12 onder b van deze Richtlijn, kan de betrokkene volgens het Hof van Justitie ook een beroep doen op art. 14, lid 1 onder a, van de Richtlijn. In dat geval kunnen zwaarwegende en gerechtvaardigde redenen die verband houden met zijn bijzondere situatie zich ertegen verzetten dat gegevens die hem betreffen worden verwerkt. Een verzoek op grond van art. 12 onder b of art. 14, lid 1 onder a, Richtlijn kan door de betrokkene rechtstreeks worden gericht tot degene die voor de verwerking verantwoordelijk is. In geval van afwijzing kan de betrokkene zich tot de rechter of tot de toezichthoudende autoriteit wenden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e, en de alinea staat in dat document op bytes 32308 tot 33312.