Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016
Onder 2.18. Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1116.
In de vakliteratuur is ook wel kritiek op het arrest Google/Costeja te vernemen , inhoudend dat het privacybelang ten onrechte voorrang lijkt te krijgen boven de vrijheid van informatiegaring en -verspreiding. Hiermee zou de vrijheid van internetgebruikers om kennis te kunnen nemen van informatie worden gedegradeerd tot een uitzondering op de regel. In met name de Verenigde Staten van Amerika wordt een zwaarderwegende betekenis toegekend aan de vrijheid van meningsuiting, met inbegrip van de vrijheid van informatiegaring en –verspreiding. Ook zou de door het Hof van Justitie gehanteerde maatstaf (die uitgaat van de Richtlijn 95/46) verschillen van de maatstaf die het EHRM aanlegt. In het arrest Wegrzynowski en Smolczewski/Polen heeft het EHRM zich kritisch getoond ten aanzien van eisers die het gerechtelijk apparaat willen inzetten om ‘de geschiedenis te herschrijven’ (punt 65). Dit gezichtspunt, een consequentie van het recht om vergeten te worden, zou volgens critici in het arrest Google/Costeja worden gemist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e, en de alinea staat in dat document op bytes 40145 tot 41319.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e | shasum -a 256