Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016
Onder 2.19. Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1116.
“Bij de toepassing van het zogenoemde ‘verwijderingsrecht’ gaat het vooral om – kort gezegd – de relevantie van de gevonden zoekresultaten, en niet zozeer om de vraag of de inhoud van (in dit geval) de gevonden artikelen zelf ontoereikend, irrelevant of bovenmatig is. Indien eiser een inhoudelijke toetsing wenst van een artikel dat via een zoekopdracht vindbaar is staat het hem vrij het medium dat over hem heeft bericht aan te spreken. In zo’n procedure kan het bestaande juridisch beoordelingskader voor onrechtmatige perspublicaties worden toegepast, waarin onder meer wordt gewogen in welke mate een bepaalde uiting steun vond in het beschikbare feitenmateriaal. Een beroep op artikel 36 en 40 Wbp is niet bedoeld om die procedure te omzeilen. Het is evenmin bedoeld om onwelgevallige maar niet onrechtmatige artikelen via de omweg van een verwijderingsverzoek aan een zoekmachine-exploitant aan het zicht van het publiek te onttrekken.” (rov. 4.5)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e, en de alinea staat in dat document op bytes 42351 tot 43333.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e | shasum -a 256