Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016

Onder 2.21. Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1116.

In een andere zaak heeft Google het verwijderingsverzoek m.b.t. internetsporen van een voor moord veroordeelde na het uitzitten van zijn straf geaccepteerd . De vader van het slachtoffer was het hier niet mee eens en heeft in verenigingsverband samen met andere slachtoffers van misdrijven een aantal gegevens online gezet. Hiermee werd het effect van het verwijderingsverzoek ongedaan gemaakt. De veroordeelde heeft de personen gedagvaard die de publicatie online hebben gezet. De voorzieningenrechter woog het recht op privacybescherming af tegen het recht op vrijheid van meningsuiting en oordeelt dat de gedaagden op grond van art. 8 sub f Wbp een gerechtvaardigd belang bij publicatie hebben, waaraan het privacybelang van eiser niet afdoet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e, en de alinea staat in dat document op bytes 44952 tot 45845.