Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016
Onder 2.22. Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1116.
De rechtbank Rotterdam kreeg de vraag voorgelegd of Google strafrechtelijke persoonsgegevens dient te verwijderen. De zaak betrof een advocaat die veroordeeld was voor verboden wapenbezit, waarover een blogger een stuk had gepubliceerd met naam en foto. De rechtbank stelde vast dat het gaat om verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens zonder dat sprake is van een uitzonderingsgrond als vermeld in art. 22 Wbp. De rechtbank besloot dat Google de verwijzingen uit de zoekresultaten moet verwijderen. Voor zover wel sprake zou zijn geweest van een wettelijke uitzonderingsgrond overwoog de rechtbank dat het feit waarvoor verzoeker is veroordeeld niet in relatie tot zijn professionele leven valt te brengen . De rechtbank betrok in zijn overweging dat mensen die voor een strafbaar feit zijn veroordeeld en vervolgens hun straf hebben uitgezeten, na verloop van tijd met een schone lei mogen beginnen. Het strafblad van verzoeker dient als geschoond te worden beschouwd. Een redelijke belangenafweging leidt dan ertoe dat recht op privacybescherming prevaleert boven het recht van Google om de desbetreffende zoekresultaten te laten staan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e, en de alinea staat in dat document op bytes 45926 tot 47150.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/472289fa7aa61c4d6cdaef5b7136fa261904dcaacd4476558cab5feb45c7874e | shasum -a 256